My aunt Eveline passed away on February 13 (2009) after a short battle with cancer. She was the eldest of four siblings. After their mother’s death in 1964, she is the first to go since…
Tante Eef overleed in 2009 op 13 februari na een kort ziektebed. Longkanker. Ze was de oudste van vier kinderen en sinds de dood van hun moeder in 1964, de eerste van wie er afscheid moest worden genomen.
Their father had already died in 1950 (age 39) due to kidney failure and a heart condition: a result of his experiences in WWII, when he was forced to work for the Japanese in order to remain united with his family and provide for their income and safety.
Hun vader was al in 1950 bezweken aan nierfalen en een chronische hartconditie, hij was 39 jaar oud. Zijn fysieke zwakheid was te wijten aan zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen hij noodgedwongen voor de Japanners werkte om zijn gezin te kunnen onderhouden. Het Nederlands bedrijf (P.T.T.) waar hij werkte was namelijk door de Jap geannexeerd en het personeel kon kiezen: in dienst blijven of naar een van de kampen vertrekken. Hij koos voor zijn gezin en zodoende konden ze in hun woning te Bandung blijven.
My greatgrandfather Jules died in a Japanese camp, where he was kept after he had refused to give up his dancing school and home to a Japanese regiment. He stood up against them, refused to take a bow and even hit a Japanese soldier in the face. He was then taken away as a prisoner. His house was confiscated by the Japanese army and used as an office. I didn’t learn about this until we visited with my aunt, 3 weeks before she died. Present were her sister and husband, her brother (my father) and myself.
Mijn overgrootvader Jules stierf in zo’n Japans kamp waar hij naartoe werd gebracht toen hij weigerde zijn dansschool af te staan aan een Japans regiment. Hij vertikte het om voor hen te buigen en sloeg zelfs een Japanse soldaat in het gezicht. Uiteindelijk werd hij overmeesterd en als gevangene afgevoerd. Zijn huis en dansschool werden in beslag genomen door het Japanse leger en gebruikt als kantoor. Ik wist hier helemaal niets van, tot we dus mijn tante Eef een bezoek brachten, drie weken voor haar dood. Haar jongere zus en schoonbroer, haar broer (mijn vader) en ik waren aanwezig.
They all talked about the gruesome events in Gaza and how the Palestinians were treated by the Israeli. They compared it to their own experiences in Indonesia, which at the time was a Dutch colony, the Dutch-East Indies. My youngest aunt remembered how the Japanese soldiers paraded at school, making the children count in Japanese and march in line. If you didn’t do it correctly, the Japanese would punish the children by slapping them on the hands with something that would hurt a lot. Every child feared the Japanese.
Ze waren ontdaan door de gebeurtenissen in Gaza en hoe de Palestijnen door de Israeli behandeld werden. Mijn tantes en vader vergeleken het met hun eigen ervaringen in Indonesie, dat toentertijd een Nederlandse kolonie was en Nederlands-Indie heette. Mijn jongste tante herinnerde zich hoe de Japanse soldaten marcheerden op het schoolplein, de kindertjes in het Japans lieten tellen en vooral opletten dat ze strikt in de rij liepen. Als je het niet goed deed, werd je op je handen geslagen met een iets dat heel erg zeer deed. Elk kind was bang voor de Jap.
She also remembered that right after the Japs had confiscated my greatgrandfather’s house, his daughter-in-law (my grandmother) and her sister grabbed the children and hurried to hide somewhere around the back of the house in a cellar, afraid because some of the Japanese soldiers raped women.
Mijn tante kon zich ook herinneren dat vlak nadat de Japanners het huis van opa Jules in beslag hadden genomen, haar moeder en tante met de kinderen in een ondergrondse kelder achter het huis gingen schuilen, bang omdat sommige Japanners de vrouwen verkrachtten.
She said she didn’t want to think about it anymore, because it wasn’t the happiest period of her life. So I didn’t ask any questions, although I would have loved to learn more.
Ze zei dat ze er liever niet meer aan wilde denken, want het was niet de meest vrolijke periode van haar leven. Dus stelde ik geen vragen meer, al had ik dolgraag meer willen weten over toen.
It was weird, because aunt Eveline sat there leaning back in her couch, and everyone else was discussing the war in Gaza. How the Israeli were suppressing a people, robbing them of their human rights. Like the Japanese had done with them. After the Dutch had done the same to earlier generations, of course.
Het was een vreemde situatie. Tante Eef zat achteruit geleund in haar bank, ze luisterde en knikte, maakte zo af en toe een opmerking terwijl de anderen de oorlogstoestand in Gaza bespraken. Hoe de Israeli een heel volk onderdrukten en ze beroofden van hun mensenrechten. Zoals de Japanners in Nederlands-Indie deden. Zoals de Nederlanders ook hadden gedaan, enkele generaties eerder, uiteraard.
I am sure there are many things that are left untold. So many memories they prefer not to remember. I do hope I’ll manage to catch some more bits and pieces, because they’re the last of their generation who can tell first hand. It explains some of the sadness and sense of melancholy I have sometimes sensed on my father’s side of the family. And some of these things I have in common with a few cousins as well. We all recognize it and can find common ground, perhaps.
Ik weet zeker dat er nog zoveel dingen zijn die niet verteld worden. Zoveel herinneringen die ze zich liever niet meer herinneren. Ik hoop echter wel dat ik er nog in slaag zo hier en daar wat flarden en fragmenten aan elkaar te knopen, omdat zij de laatsten van hun generatie zijn die het uit eerste hand kunnen navertellen. Het verklaart ook iets van de droefheid en een gevoel van melancholie welke ik aan mijn vader’s kant van de familie gewaar ben. Een gevoel dat ik met sommige van mijn nichten en neven deel, iets dat we wellicht onbewust herkennen.
When I was a kid, they often said I was just like my aunt Eveline, who could be moody and obnoxious and very much wanting to do things her own way.
Toen ik een klein meisje was, werd er vaak tegen me gezegd dat ik precies als tante Eef was die opstandig en knorrig kon zijn en het liefst de dingen op haar manier deed.
When we said our goodbyes yesterday, her eldest and youngest daughter were sharing their mother’s last hours with all of us. How she waited for her four children to be there, walking in and out, making arrangements or just sitting with her in the room.
Toen we afscheid van haar namen in een mooie ceremonie, deelden haar oudste en jongste dochter hun ervaringen van tante Eef’s laatste uren met de aanwezigen. Hoe ze wachtte tot al haar vier kinderen bij haar in de hospice waren, de kamer in en uit liepen, wat dingen regelden of gewoon bij haar aan bed of in de kamer zaten om haar gezelschap te houden.
How she looked at them, one by one, not able to speak anymore, but saying so much more with just her eyes and look.
Hoe ze naar haar kinderen keek, een voor een, niet in staat om nog te praten, maar juist heel veelzeggend duidde met de blik in haar ogen.
How precious it was for all of them, to share these moments together.
Hoe waardevol het was voor hen allemaal, om deze momenten samen te delen.
How the one sentence she could say was that she didn’t want another night like she had suffered through the night before.
Hoe de enige zin die ze nog kon uitspreken was dat ze niet nog zo’n afschuwelijke nacht wilde hoeven meemaken.
How she gently dozed off in the hours that followed, after 3 dosages of morphine, slipping away from life into liberation, an eternal sleep.
Hoe ze zachtjes indommelde in de uren die volgden, na de gebruikelijke dosis morfine, wegglijdend van lijden naar bevrijding, naar een eeuwige slaap.
The second she passed away, so did her daughters tell us, her facial expression became peaceful. The color of her skin, that had been greyish due to lack of oxygen in her body, suddenly turned into her own color again. A beautiful shade of brown.
En op het moment dat haar adem stokte, zo vertelden haar dochters ons, werd haar gezichtsuitdrukking heel vredig. De kleur in haar gezicht, dat grijs was vanwege gebrek aan zuurstof in haar lichaam, werd plotseling weer als vanouds, een prachtige lichte tint bruin.
My father said she looked like their grandmother Wilhelmina Catharina Koelman, the wife of their grandfather Jules.
Mijn vader zei dat ze heel veel leek op hun oma Wilhelmina Catharina Koelman, de eerste echtgenote van opa Jules.
And I sensed a certain pride and dignity in that, the same pride I see in the face of my grandfather Richard. The kind of pride that made him decide to stay with his family and be there for them during the war, rather than be shipped off to a camp and not know what would become of his wife and kids. It cost him his own life, in the end, but at least he knew they were kept safe, they had stayed safe in the war.
And I am proud of my greatgrandfather Jules Eduard as well, who stood up against the Japanese and didn’t bow down, even though it did cost him his life too. But at least he knew it wasn’t without a fight.
En ik voelde dat er in mijn vader’s woorden een soort van trots en waardigheid schuilde, eenzelfde soort trots die ik zie in het gezicht van mijn opa Richard. Het soort trots dat hem deed besluiten om bij zijn gezin te blijven tijdens de oorlog, en niet te worden weggevoerd naar een Jappenkamp en in onwetendheid zou verkeren wat er met zijn vrouw en kinderen zou gebeuren. Het kostte hem uiteindelijk zijn leven, maar hij wist in ieder geval dat ze veilig waren, en veilig waren gebleven tijdens de oorlog.
En ik ben ook trots op mijn overgrootvader Jules Eduard, die zo moedig was om nee te zeggen tegen de Jap en weigerde te buigen. Zelfs al kostte het ook hem zijn leven. Hij ging in ieder geval niet zonder verzet te hebben geleverd.


